Tijdens mijn stage van de afgelopen zes maanden bij een notariskantoor in Eindhoven, die onderdeel van mijn opleiding is, heb ik onderzoek gedaan naar het wetsvoorstel van de Werkgroep personenvennootschappen dat zij tijdens haar symposium in Amsterdam, twee jaar geleden, aan geïnteresseerden en belanghebbenden presenteerde. Middels een driedelige serie wil ik mijn onderzoeksresultaten delen. In dit derde deel staan het huidige wetsvoorstel uit 2016 van de Werkgroep personenvennootschappen centraal.

Huidig wetsvoorstel

Zoals eerder beschreven is de huidige wetgeving rondom de personenvennootschappen sterk verouderd en bestaat er behoefte aan nieuwe en modernere wetgeving die in de vraag naar passende wetgeving kan voorzien. In 2002 is, zoals beschreven in hoofdstuk 3, al eens gepoogd om de wetgeving rondom de Nederlandse personenvennootschappen te moderniseren. Hier ging een heel traject aan vooraf, dat startte in de jaren ’50 toen het voorontwerp van de heer Van der Grinten werd gepresenteerd. In 2011 werd dit wetsvoorstel echter weer ingetrokken, omdat er geen behoefte was aan wetgeving in de voorgestelde vorm.

Later is de Werkgroep personenvennootschappen opgericht. Een particulier initiatief waar de heer M. van Olffen, voorzitter, en juristen en fiscalisten uit de praktijk, wetenschap en het bedrijfsleven zitting in nemen. De werkgroep had op 14 februari 2012 haar eerste bijeenkomst en wilde op deze manier een aanzet geven tot het ontwikkelen van nieuwe wetgeving rondom personenvennootschappen. Binnen de werkgroep is vier jaar gediscussieerd en op 15 juni 2016 kwam zij met een rapport en een nieuw wetsvoorstel dat zij in Amsterdam op het symposium “Naar een nieuwe regeling voor de personenvennootschap” presenteerde.

Totstandkoming van de vennootschap

De personenvennootschap komt tot stand middels een “overeenkomst tot samenwerking die is gericht op de uitoefening van een beroep of bedrijf met inbreng door ieder van de vennoten en met het oogmerk voordeel te behalen en dit met elkaar te delen”. Ook is er een onderscheid tussen de openbare en de stille vennootschap, zoals we die in de huidige wetgeving kennen. De openbare vennootschappen moeten in het handelsregister worden ingeschreven, voor de stille vennootschappen is dit geen verplichting. Daarnaast blijft de kwalificatie als maatschap of als vennootschap onder firma bestaan. Ook de commanditaire vennootschap blijft een aparte variant. De reden voor deze twee keuzes is dat de praktijk nu eenmaal gewend is aan deze terminologie en aan dit onderscheid.

Bestuur en vertegenwoordiging, resultaatverdeling

Wat betreft het bestuur wordt de ouderwetse term “beheer” vervangen door de term “bestuur”. Besluiten binnen de vennootschap worden aangenomen als iedere gewone vennoot akkoord geeft. De gewone vennoot is bevoegd in naam van de vennootschap te handelen met betrekking tot zaken die het doel van de vennootschap nastreven, hiervoor behoeft de vennoot geen goedkeuring, toestemming of volmacht, dit geldt ook voor de maatschap. Ten aanzien van de resultaatverdeling delen de vennoten voor een gelijk deel in de winst en in het verlies.

Aansprakelijkheid

De aansprakelijkheid is bij de openbare vennootschap anders geregeld dan bij de stille vennootschap. De openbare vennootschap heeft namelijk rechtspersoonlijkheid vanaf de dag volgend op de dag dat zij is ingeschreven in het handelsregister. Het is niet mogelijk om een openbare vennootschap op te richten die geen rechtspersoonlijkheid kent, maar die wel is ingeschreven in het handelsregister. De stille vennootschap daarentegen kent nog steeds geen rechtspersoonlijkheid. Notariële tussenkomst voor de oprichting van een openbare vennootschap is niet noodzakelijk in het huidige wetsvoorstel.

De vennoten van de openbare vennootschap en de stille vennootschap blijven ieder afzonderlijk hoofdelijk verbonden voor de schulden van de vennootschap. Bij de maatschap is de hoofdelijke aansprakelijkheid voor gelijke delen. Wel zijn de toetredende vennoten aansprakelijk voor verbintenissen die de vennootschap voor de toetreding van de vennoten is aangegaan, maar die na dat moment pas opeisbaar zijn. De aansprakelijkheid ten aanzien van uittreding kent een verjaringstermijn van vijf jaar, lopende vanaf het moment van de inschrijving van de uittreding in het handelsregister. Het in het huidige recht bepaalde rondom de aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot bij de commanditaire vennootschap blijft grotendeels hetzelfde.

Toe- en uittreding

In het nieuwe wetsvoorstel zal uittreding van een vennoot in beginsel niet meer leiden tot ontbinding van de vennootschap. Ten aanzien van de toetreding van een vennoot tot de vennootschap kan ontbinding worden voorkomen door het sluiten van een toetredingsovereenkomst.

Ontbinding

Wat betreft ontbinding zal de uittreding van een vennoot niet meer leiden tot ontbinding van de vennootschap. In het huidige wetsvoorstel wordt de mogelijkheid tot partiële ontbinding ingevoerd. Bij uittreding van een vennoot zal de vennootschap alleen ten aanzien van de uittredende vennoot ontbonden worden.

Verschillen met de huidige wetgeving

Er zijn grote verschillen tussen de huidige wetgeving die dateert uit het jaar 1838 en het huidige wetsvoorstel uit 2016. In de eerste plaats wordt de term “openbare vennootschap” geïntroduceerd die op haar beurt drie varianten kent: de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Daarnaast is het bestuur en de vertegenwoordiging anders geregeld. De term “beheer” wordt vervangen door “bestuur” en alle vennoten mogen in het huidige wetsvoorstel handelen in naam van de vennootschap, terwijl dit onder het huidige recht ten aanzien van de maatschap anders geregeld is. Ook anders is dat de vennoten voor een gelijk deel in de winst en in het verlies van de vennootschap zullen delen, onder het huidige recht bestaat namelijk het onderscheid tussen de maatschap en de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap.

Misschien wel de grootste wijziging in het huidige wetsvoorstel ten opzichte van het geldende recht, is dat de openbare vennootschap rechtspersoonlijkheid zal krijgen op de dag na inschrijving in het handelsregister. Hiermee wordt de openbare vennootschap zelfstandig drager van rechter en plichten. Wel blijven de vennoten ieder hoofdelijk aansprakelijk. Nieuw is dat de uittredingsaansprakelijkheid in het huidige wetsvoorstel een verjaringstermijn van vijf jaar na inschrijving in het handelsregister zal krijgen. De aansprakelijkheid van de commanditaire vennoot blijft overigens wel hetzelfde. Uittreding zal ook niet meer leiden tot ontbinding van de vennootschap en toetreding kan versoepeld worden met een toetredingsovereenkomst. Als laatste punt wordt in het huidig wetsvoorstel ook nog de mogelijkheid tot partiële ontbinding gecreëerd.

Verschillen met het wetsvoorstel uit 2002

Ook tussen het huidige wetsvoorstel en het wetsvoorstel is een aantal interessante verschillen te benoemen. Wat betreft de totstandkoming is de inschrijving in het handelsregister bij het huidige wetsvoorstel anders geregeld dan bij het wetsvoorstel uit 2002. Daarnaast is in het wetsvoorstel uit 2002 de stille vennootschap hetzelfde als een maatschap en kent dit wetsvoorstel geen openbare vennootschap die kwalificeert als maatschap, terwijl bij het huidige wetsvoorstel een stille vennootschap daadwerkelijk anders is dan een maatschap, die een van de drie vormen is van de openbare vennootschap.

Ten aanzien van het bestuur en de vertegenwoordiging zijn er ook wat verschillen. Zo wordt de term “besturende vennoot” uit het wetsvoorstel uit 2002 in het huidige wetsvoorstel niet overgenomen, maar vervangen door “gewone vennoot”. Daarnaast is onder het wetsvoorstel uit 2002 bij een maatschap een volmacht nodig voor het handelen in naam van de vennootschap, terwijl dit bij het huidige wetsvoorstel niet nodig is, daar wordt een lijn getrokken met de vormen vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap.

De aansprakelijkheid is ook anders geregeld. Bij het wetsvoorstel uit 2002 is rechtspersoonlijkheid facultatief, terwijl bij het huidige wetsvoorstel de openbare vennootschap te allen tijde rechtspersoonlijkheid verkrijgt na inschrijving in het handelsregister.