Tijdens mijn stage van de afgelopen zes maanden bij een notariskantoor in Eindhoven, die onderdeel van mijn opleiding is, heb ik onderzoek gedaan naar het wetsvoorstel van de Werkgroep personenvennootschappen dat zij tijdens haar symposium in Amsterdam, twee jaar geleden, aan geïnteresseerden en belanghebbenden presenteerde. Middels een driedelige serie wil ik mijn onderzoeksresultaten delen. In dit eerste deel staan de redenen om het huidige personenvennootschapsrecht te moderniseren centraal.

Redenen voor modernisering

Wat voor iedere jurist en betrokkene algemeen bekend is, is dat de wetgeving van de personenvennootschappen behoorlijk oud is, daterend van 1838, toen het vernieuwde Burgerlijk Wetboek, zoals we dat nu kennen, werd ingevoerd. De wetgeving van de personenvennootschappen is grotendeels vastgelegd in het Wetboek van Koophandel en in Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, dat voor velen slecht leesbaar is, het is geschreven in negentiende-eeuws-Nederlands. Een van de grootste nadelen voor ondernemers aan het runnen van een onderneming in de vorm van een maatschap, commanditaire vennootschap of vennootschap onder firma, is dat deze rechtsvormen geen rechtspersoonlijkheid kennen. Hiermee zijn deze rechtsvormen dus geen zelfstandig drager van rechten en plichten, zoals de besloten vennootschap en de naamloze vennootschap dat zijn. Ook de toe- en uittreding van vennoten is altijd een lastig punt. Onder de huidige wetgeving betekent dit het einde van de vennootschap, tenzij dit anders is overeengekomen.

De huidige wetgeving voorziet verder in heel veel zaken niet, wat zowel bij de jurist als bij de ondernemer tot frustraties en problemen leidt. Tevens is de wetgeving niet goed toegankelijk. De wetgeving is immers verspreid over zowel het Wetboek van Koophandel als Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek. Wat juristen en ondernemers ook vaak merken, zeker als het een multi- of internationale context binnen de onderneming betreft, is dat de buitenlandse personenvennootschappen, ook andere landen kennen vaak het systeem van de personenvennootschappen, vaak veel beter georganiseerd en ingericht zijn dan hier in Nederland. De wetgeving in andere landen rondom de personenvennootschappen is vaak veel moderner en jonger dan in Nederland. Nederland heeft wel al langere tijd de behoefte gehad om dit moderniseren, al in de jaren ’50 met het voorontwerp van Van der Grinten, die we kennen van de ondernemingsrechtelijke literatuur, maar het is uiteindelijk niet gekomen tot het aannemen van nieuwe wetgeving.

Behoefte vanuit Europees perspectief bezien

Zoals eerder genoemd bestaat de behoefte aan het moderniseren van de wetgeving van de Nederlandse personenvennootschappen ook deels uit een Europees perspectief. Immers zijn er in Europa diverse landen die hetzelfde personenvennootschappensysteem kennen als in Nederland. Uiteindelijk vindt veel van deze wetgeving zijn oorsprong in de Code Civil van Napoleon. Echter, zoals hiervoor beschreven, is de wetgeving in veel Europese landen jonger en veel moderner en voorziet het al in zaken waar ondernemers en juristen in Nederland nog steeds dagelijks tegenaan lopen. Hierna een korte schets van de personenvennootschappen in Europa die moderner zijn dan in Nederland.

Een bijzonder voorbeeld is de LLP: de limited liability partnership. Ontstaan in de Verenigde Staten in de jaren ’80 en later in 2000 ook opgenomen in de Britse wetgeving is het een tussenvariant tussen de typische rechtspersonen, zoals de naamloze en besloten vennootschap, en de personenvennootschappen. Het heeft meer weg van een kapitaalvennootschap, maar toont ook diverse kenmerken van een personenvennootschap. Deze laatste kenmerken zijn onder andere gelegen in het feit dat de vennootschap zelf niet belastingplichtig is, maar slechts de vennoten die onderdeel uitmaken van de vennootschap. Dan heb je dus niet met vennootschapsbelasting te maken, maar met loonbelasting. In sommige gevallen loont het voor bedrijven om vanuit dit oogpunt voor een LLP te kiezen, met zowel haar kapitaalvennootschap-eigenschappen als die van een personenvennootschap.

Algemeen bekender zijn de vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap in België. Zo heeft de vennootschap onder firma daar rechtspersoonlijkheid vanaf het moment dat zij wordt ingeschreven. Een ander verschil met de Nederlandse wetgeving is dat er in België twee varianten zijn van de commanditaire vennootschap: een mét en een zónder aandelen. Bij de vorm met aandelen zijn de actieve vennoten bestuurder en de stille, ofwel geld inbrengende vennoten aandeelhouder. De commanditaire vennootschap met aandelen komt sterk overeen met de naamloze vennootschap, het verschil zit voornamelijk in de commanditaire structuur. Ook deze vennootschap kent vanaf het moment van inschrijving rechtspersoonlijkheid.

Ten slotte nog een kort overzicht van andere landen met modernere en jongere wetgeving rondom personenvennootschappen. Zo heeft de commanditaire vennootschap in Zweden, de Kommanditbolag, rechtspersoonlijkheid. Daarnaast kent men in Duitsland, net als in België, twee soorten commanditaire vennootschappen: een met aandelen, de Kommandit Gesellschaft auf Aktien, en zonder aandelen, de Kommandit Gesellschaft. Dit geldt tevens voor Frankrijk. Daar kent met de Société en Commandite par Actions en de Société en Commandite Simple.