De zoektocht naar mijn uiterlijk…

…of eigenlijk de oorsprong ervan. Even een spiegel erbij pakken en ik weet natuurlijk weer hoe ik eruit zie: blond haar, groene ogen, klein mondje, lange neus en een toch iets wat spitse kin. Maar goed, waarom? Het laatste jaar ben ik mij dat steeds vaker gaan afvragen. Overal zit wel en een ‘Hoe’ en een ‘Waarom’ achter, dus hier ook. Maar waar begin ik dan met mijn zoektocht? O, wacht, daar ben ik al mee begonnen! Wat ik tot nu toe allemaal heb ontdekt en hoe vertel ik je nu.

Mijn oudoom Harrie, mijn vader en ik in respectievelijk 1949, 1986 en 2016: zoek de verschillen, 2017. Bron: dhr. I. van Lieshout

Het begon allemaal op 30 september 1996, toen ik werd geboren. Mijn persoonlijkheid was natuurlijk een tabula rasa, maar mijn uiterlijk was dat geenszins. Bij het ‘maken’ van mij is bepaald welke uiterlijke genen ik zou krijgen. Nou goed, tot zover de basic information. Al vroeg hoorde ik bij verjaardagen en familiebezoekjes dat ik op mijn vader leek – als twee druppels water – en dat werd mij vaak genoeg verteld om het storend te gaan vinden. De leuke momenten waren die waarop papa, mama en ik naar oude foto’s van ze keken. Toen zag je duidelijk van wie ik de genen heb, daar lachte je dan om, want het was zó onmiskenbaar natuurlijk. Tot zover stapje één in ieder geval.

Ter vergelijk: oudoom Harrie en ik in onze jonge jaren, 2018. Bron: dhr. I. van Lieshout.

De afgelopen twee jaar heb ik regelmatig lopen staren naar oude familiefoto’s, voornamelijk de trouwfoto’s van opa’s broers en zussen, want op oma’s familie lijk ik sowieso niet. Na tien keer kijken wist ik het nog niet, op iemand moest ik toch lijken? Maar toen kwam dat ene moment dat ik door had op wie ik nou werkelijk lijk: mijn oudoom Harry. Die bevestiging kreeg ik van meerdere mensen en ook zelf ontdekte ik dat heel erg op hem lijk, hoe hij en ik ook op de foto staan en met welke belichting, wat betreft de gelijkenis valt er geen speld tussen te krijgen, ik lijk nog meer op hem dan op mijn vader. Klaar voor stap drie?

Ergens in de koudere maanden aan het einde van het voorgaande jaar ontving ik een e-mail van een familielid waarin heel wat nieuwe informatie stond over mijn familie. Zaken die ik nog nooit had gehoord. Het meest opvallende was toch wel de zin over mijn betovergrootvader, Hendrikus van Lieshout: “Hij was een heel nare man. Men vond dat ome Harry er wel een beetje van weg had.” Dat hij een nare man was is één, maar dat ome Harry er op lijkt is wel erg bijzonder. Dat impliceert dus dat ik op mijn betovergrootvader lijk.

Inschrijving in de gevangenisregisters van Hendrikus, 1887. Bron: Brabants Historisch Informatiecentrum.

Of dat klopt, ja, daar hebben we de inschrijvingen in de gevangenisregisters voor. Mijn betovergrootvader moest in de gevangenis van Breda vier dagen brommen voor een politieovertreding die hij had begaan. Op 15 november 1887, hij was toen pas drie jaar getrouwd, kwam hij weer op vrije voeten. Uit zijn inschrijving blijkt het verhaal te kloppen: mijn oudoom Harry lijkt inderdaad op zijn grootvader. Ovaal aangezicht, grijze ogen, spitse kin, lange neus, blonde haren, dat is mijn oudoom ten voeten uit. Weer een nieuwe link, alleen moet deze nog wel bewezen worden door middel van een foto van mijn betovergrootvader.

De huwelijksbijlage van het huwelijk van Simon en Johanna, 1824. Bron: FamilySearch.

Is dit dan het einde van de zoektocht? Nee, we gaan nog twee generaties terug. De vader van Hendrikus van Lieshout, mijn betovergrootvader dus, had volgens een inschrijving in het gevangenisregister bruin haar en bruine ogen, dus waarschijnlijk komen onze genen niet van die kant van de familie, al helemaal niet aangezien de neef van de vader van Hendrikus ook bruine ogen en bruine haren had. Maar waar komt het dan vandaan? We hebben ook moeder’s kant nog natuurlijk. De moeder van Hendrikus was Adriana van de Put, waar helaas geen gegevens over het uiterlijk van zijn. Van haar vader Simon van de Put wél. Hij trouwde in 1824 met Johanna Baesten en van hem is in de huwelijksbijlage de militie-inschrijving bijgevoegd, inclusief uiterlijke kenmerken, ook wel signalement genoemd. Hierop lezen we dat ook Simon een ovaal hoofd had, met blauwe ogen, waarvan een helaas blind en ook die blonde haren.

Misschien lijk ik dan wel op Simon? Dat is misschien wat te voorbarig, want deze gegevens zeggen niet genoeg, maar de kans is zeker aanwezig. Zo heb ik de herkomst van mijn eigen uiterlijk dan toch mooi tot 1797 – het geboortejaar van Simon – nagetrokken. En dat zonder een enkele DNA-test te hebben gedaan. Conclusie: je bent dus zeker niet altijd wie je denkt dat je bent, in ieder geval niet van naam en uiterlijk!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *