Aan lager wal geraakt

Tilburg, 24 januari 1831: mijn oudvader Nol van Lieshout wordt geboren. Vader onbekend, moeder een arme spinster. Dit is niet het enige moment in mijn familie waar deze trieste omstandigheden voorkwamen. Nee, het was tussen de tweede helft van de achttiende eeuw en de eerste helft van de negentiende eeuw bijna een gewoonte.

Oorspronkelijk waren zowel de voorouders van de Vermeer-zijde (de vader van Nol was Cornelis Vermeer) als van de Van Lieshout-zijde dorpsnotabelen te noemen. Bij de Vermeers treffen we tot eind achttiende eeuw grondeigenaren, een borgemeester, een kerkmeester en veel landbouwers die werknemers in dienst hadden aan. Bij de Van Lieshouts zien we in deze periode ook landbouwers, grondeigenaren, maar ook deurwaarders, vorsters, een secretaris, schepenen en zelfs een herbergier. Waar is deze luxe gebleven?

Om te beginnen, de opa van mijn oudvader, ook Nol van Lieshout, was een boerenknecht uit Bladel. Hij verhuisde met een aantal broers en zussen naar Tilburg en na een korte tijd trouwde hij met Cornelia Brenders. Daar was niets mis mee. Nol was dan misschien wel dagloner en later landbouwer, maar het kan dus nog erger. Ik heb tot op heden ook geen idee waarom Nol al best diep is gezonken met zijn beroep, wellicht was de erfenis die zijn opa Jan van Lieshout of opa Nol van Luijtelaer naliet niet zo groot.

In augustus 1804 werd mijn voormoeder Anna van Lieshout in Tilburg geboren, de moeder van mijn oudvader Nol. Ze raakte op veertienjarige leeftijd haar vader kwijt. Dat is behoorlijk ingrijpend natuurlijk. Rond 1830 had ze een relatie met Cornelis Vermeer, hij was vijf jaar jonger dan Anna. Ze kenden elkaar van de wijk waar ze woonden, omgeving Moerstraat-Rugdijk. Uiteindelijk raakte ze zwanger van hem.

De kinderen van mijn overgrootouders, circa 1934. Bron: mw. A. Ph. van Lieshout-Schraa.

Cornelis besloot waarschijnlijk om niet met haar te trouwen, hij trouwde namelijk Maria Schonings, met wie hij wel een gezin stichtte. In 1831 werd dus de vaderloze jongen Nol van Lieshout geboren. Hoe vreselijk dat al was, in 1833 overleed zijn moeder, pas negenentwintig jaar oud. Oma Cornelia Brenders nam de zorg voor hem op zich. Zijn oma moest hard werken want er waren meer buitenechtelijke kleinkinderen. Omdat Cornelia niet alle kleintjes alleen kon opvoeden begonnen ze lichtelijk te ontsporen.

Op 16-jarige leeftijd werd kleine Nol opgepakt voor diefstal. Zijn oma Cornelia van Lieshout-Brenders overleed in 1853. In 1857, hij was toen zesentwintig, werd hij opgepakt voor verboden jacht en visserij. Inmiddels had Nol Jana van de Put leren kennen, haar vader was ook in 1853 overleden. Ze kregen een relatie en Jana raakte zwanger. Nol had waarschijnlijk geen geld om Jana en haar kindje te onderhouden en besloot niet met haar te trouwen. Jana beviel in 1857 van zoontje Simon, ze woonde bij haar moeder Johanna Baesten in, wat moest ze anders?

Mijn overgrootvader in de jaren ’40, circa 1940. Bron: Regionaal Archief Tilburg.

In 1859 bedacht Nol zich en uiteindelijk trouwden ze. Bijna zou de geschiedenis zich herhalen en zou er weer een illegitiem kindje op de wereld zijn. Zoon Simon werd door Nol erkend. Het leven voor Nol was natuurlijk geen vetpot, hij was slechts een eenvoudige dagloner. Inmiddels was het 18 juni 1884 en mijn betovergrootvader Hendrik van Lieshout, toen twintig jaar oud, stapte in het huwelijksbootje met de eenentwintigjarige Jana Kennekens. Traden ze vrijwillig in het huwelijk? Nee, want dochter Nölleke (natuurlijk vernoemd naar opa Nol) kwam al in november van dat jaar.

Het leven beterde zich, Hendrik was een strenge man, doch werkte hij hard. Maar toen, in 1905, overleed zijn echtgenote. Hendrik, zo sterk als hij was, besloot het jaar erop te trouwen met Nellie Cleijsen. Mijn overgrootvader Jan was inmiddels in 1894 al geboren en was elf jaar oud toen zijn vader hertrouwde. Zelfs trad mijn overgrootvader in 1920 in het huwelijk met de negenentwintigjarige Tonia Torremans.

Mijn overgrootvader werkte nog harder dan zijn vader, hij moest een groot gezin voeden, maar ze hadden het beter dan je zou verwachten. Alles ging goed, het gezin groeide uiteindelijk naar acht kinderen, vader en moeder gelukkig. In mijn familie werden Jan en Tonia herinnerd als zeer prettige mensen die hard werkten en zeer geloofstrouw waren, waarschijnlijk was dat een belangrijke steun in het leven.

Gloort er nu eindelijk hoop? Jammer genoeg niet. Mijn overgrootvader zat begin jaren ’40 in het verzet en werd opgepakt en overleed uiteindelijk in kamp Linz bij Mauthausen. Aan wie heb ik dan mijn goede leefomstandigheden te danken? Mijn opa en mijn vader zijn allebei harde werkers, net als de rest van mijn voorouders! Ik heb heel veel respect voor mijn voorouders, wat die allemaal doorstaan hebben…

Eén gedachte over “Aan lager wal geraakt

  1. Het blijft altijd interessant, die gebeurtenissen vanuit vervolgen tijden. En leerzaam ook; de situatie is in veel gevallen zeer bepalend voor het leven dat men kan gaan leiden. Een realistische beschrijving vanuit volstrekt minder gemakkelijke tijden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *