André van Lieshout

Portretfoto van André, 1947. Bron: dhr. A.J. van Lieshout
Portretfoto van André, 1947. Bron: dhr. A.J. van Lieshout

Andreas Johannes van Lieshout, Dré (Tilburg, 14 november 1925 – Tilburg, 13 december 2017) is de vierde van negen kinderen van Jan van Lieshout en Tonia Torremans. Hij was wever, molensteller, sergeant, marinier, machinesteller en werkmeester textielfabriek.


Geboorte en jeugd

André kwam op zaterdag 14 november 1925 in het ouderlijk huis aan de Bredaseweg 299 in Tilburg ter wereld. Zijn ouders waren fabriekswerker Jan van Lieshout en huisvrouw Tonia Torremans. Dezelfde dag nog werd hij gedoopt in de rooms-katholieke H. Margarita Maria Alacoquekerk van de parochie Bredaseweg aan de Ringbaan-West. Hij kreeg de namen Andreas, van zijn oom André van Belkom, en Johannes, van zijn oom Jan Torremans, mee.

André met een vriendin, 1939. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Vanaf zijn vierde levensjaar volgde André basisonderwijs in de Tilburgse wijk de Reit. Na zijn basisschool begon hij met zijn korte studie op de textielschool, een groot aantal familieleden werkte in de textielindustrie, dus deze studierichting was volkomen logisch. Het is echter niet zeker of hij deze opleiding ook heeft afgerond.

Sinds 1926 was het gezin woonachtig in de Roggestraat op nummer 1, aan het begin van de straat die aan de Bredaseweg grenst. Hier werden zijn jongere zussen Riet, Bertha en Joke en zijn jongere broer Jan geboren. Op 4 april 1933 deed André zijn vormsel in de Sint Annakerk van de parochie Sint Anna in de Capucijnenstraat. Zeer waarschijnlijk zijn André’s jongere broer en jongere zusjes ook in deze parochie gedoopt.

André met waarschijnlijk zijn sportmaatjes, circa 1940. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Naast school en later werk in de textielfabriek moest André natuurlijk ook huishoudelijke taken verrichten, zoals meehelpen met schoonmaken en opruimen. Wanneer zijn huishoudelijke taken afgerond waren ging André op zijn gemak boeken zitten lezen, een van de dingen die hij graag deed, hij was een echte boekenworm. Wanneer hij niet met zijn neus in de boeken zat, dan was hij wel met vrienden of met zijn broers in een kroeg te vinden, daar kwamen ze naast drank ook voor de meisjes natuurlijk.


Het leven tijdens de oorlog

In januari 1942 werd de vader van André in zijn eigen straat door de Sicherheitsdienst gearresteerd wegens deelname aan verzetspraktijken. Vader Jan had namelijk op de zolder een radio verborgen en de hierop ontvangen berichten verspreidde hij onder collega’s van de textielfabriek. Door een van diezelfde collega’s werd hij verraden. Kort voordat vader Jan werd gearresteerd heeft hij de oudste broer van André uit huis gezet, waarschijnlijk omdat hij binnen het huis veel onrust veroorzaakte. Toen broer Harrie met een luchtbuks in het poortje achter het huis in de Roggestraat stond te schieten en op een haar na zijn vader miste, was dat voor vader Jan de druppel, waarop hij hem per direct op straat heeft gezet. Waarschijnlijk vond Harrie onderdak bij zijn vriendin Joke met wie hij sinds 1941 een relatie had.

André’s oudere broer Harrie met vriendin Joke de Rooij, 1942. Bron: mw. J.P.A. van Lieshout-De Rooij.

Toen de vader van André was gearresteerd, stond moeder Tonia er alleen voor met zeven kinderen die gevoed en verzorgd moesten worden. Op een zekere dag kwam broer Harrie binnen, die een paar maanden eerder op straat was gezet, en zei: “Moeder, vanaf nu ben ik hier de baas”, of iets in die trant. Met deze uitspraak nam Harrie een enorm zware taak op zich, hij was vanaf nu kostwinner, moest zorgdragen voor inkomsten en tevens voor het eten zodat alle jongere broertjes en zusjes gevoed konden worden. Deze beslissing heeft Harrie ook getekend voor het leven, zijn jaren als jongvolwassene waren bijzonder zwaar.

Een van de laatste foto’s van André’s vader, circa 1940. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Voor André, het vierde kind in het gezin, was een andere rol en een ander pad weggelegd. André vond het leven in de oorlog waarschijnlijk maar saai, vervelend en vol moeilijkheden. Op een zeker moment waren de scholen ook gesloten en de hele dag werken in de fabriek was ook niet iets waar hij erg gelukkig van werd. Een van zijn favoriete bezigheden toen was dan ook het lezen van boeken en daarnaast sporten met zijn vrienden. Waarschijnlijk op zoek naar meer spanning heeft André zich in 1942 of 1943 aangemeld voor dienst bij de Duitse Kriegsmarine. In de cafés in de stad zaten destijds veel Nazi-soldaten en een van deze had André beloofd dat hij zijn vader vrij kon krijgen als hij dienst zou nemen bij de Duitse Kriegsmarine. Zo geschiedde en op een zekere dag kwam hij in Duits matrozenkostuum het ouderlijk huis binnen. Moeder Tonia was erg boos, maar tevens was er begrip en opluchting, een mond minder om te voeden was ook fijn.

Vader Jan bevond zich sinds december 1943 in concentratiekamp Dachau. Daar heeft André toen een bijzondere, emotionele en waardevolle ontmoeting met zijn vader gehad. Zijn vader vrij krijgen is hem echter niet gelukt. Na de ontmoeting zijn hun wegen gescheiden en bevonden zij zich elk op een andere plek in Europa. Zijn vader zat vanaf augustus 1944 in concentratiekamp Mauthausen, terwijl André zelf zich waarschijnlijk op een Duits marineschip in de Middellandse Zee bevond, alwaar een zware strijd gaande was. Volgens de verhalen zat André op een Duitse torpedobootjager en werd dit schip in de Golf van Genua getorpedeerd door de geallieerde strijdkrachten. Of het om een onderzeeër, een vliegtuig of een schip ging dat de torpedo afvuurde is verder niet bekend. Dit is naar alle waarschijnlijkheid tussen het najaar van 1943 en de zomer van 1945 gebeurd.

André (staand tweede van rechts) met zijn kameraden bij de landmacht, circa 1945-1946. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Het schip waar hij zich op bevond is vervolgens gezonken en André wist zich aan brokstukken vast te klampen en dreef zo circa 30 uur op het water in de Golf van Genua. Na die circa 30 uur werd hij gered door soldaten van de geallieerde strijdkrachten, zeer waarschijnlijk Fransen, daarom zette hij op latere leeftijd soms ook de radio of televisie een heel stuk harder als de Marseillaise, het Franse nationale volkslied, werd gespeeld. Na zijn redding werd André vastgezet door dezelfde geallieerde strijdkrachten als krijgsgevangene. Zoals hij tegen het einde van zijn leven ooit heeft verteld tegen zijn dochter is hij daar flink mishandeld geweest, zoals hij dat dan omschreef: “Veel slaag gehad”.

Tijdens zijn krijgsgevangenschap is André een keuze voorgelegd. Hij kon kiezen tussen werken in een strafkamp of terug naar Nederland en zich bij de geallieerde, dan wel Nederlandse strijdkrachten voegen. Hij koos ervoor om terug naar Nederland te gaan. Wanneer hij weer voet op Nederlandse bodem zette is tot op de dag van vandaag niet bekend. Wel heeft hij zijn toekomstige vrouw Rikie niet eerder dan een jaar van tevoren leren kennen. Zoals wel eens werd verteld zijn ze “overhaast” getrouwd, ondanks het feit dat ze wel ongelooflijk veel van elkaar hielden. Van zijn schoonvader, Jos Snoeren, mocht André niet met Rikie trouwen. Later, bij een nieuwe poging, ging zijn schoonvader toch akkoord. In het achterhoofd van André en Rikie speelde mee dat André eventueel naar Nederlands-Indië zou worden uitgezonden, dus door te trouwen konden ze dat omzeilen.

Verloving van André en Rikie, 1947. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Zeer waarschijnlijk is André de Nederlandse nationaliteit ontnomen geweest, maar dit kan niet met zekerheid worden gezegd. Later heeft hij ook terechtgestaan in een zitting van het Bijzonder Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, maar de datum van deze zitting is niet bekend, dit zal tussen 1945 en 1955 zijn geweest. De aanklacht is waarschijnlijk dienstnemen in het leger van een vijandelijke staat geweest en hij zal daar dan van zijn vrijgesproken of de officier van justitie is niet overgegaan tot vervolging. Een mogelijkheid is dat hij wel voor een bepaalde tijd uit de kiesrechten ontzet is geweest.


Huwelijk en kinderen

André trouwde voor de burgerlijke stand op 13 november 1947 in Tilburg met Rikie Snoeren. Het rooms-katholiek huwelijk vond plaats op 13 november 1947 in de H. Lidwina Gerardus Majellakerk van de parochie Trouwlaan in Tilburg. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren.

Foto Naam Geboren Overleden Bijzonderheden
Jan 30 januari 1950 In leven Getrouwd op 9 maart 1973 met Carla Koeiman.
Gonny 25 januari 1954 In leven Relatie sinds 1977 met Mari Verhagen.
André 18 februari 1966 In leven Getrouwd op 30 augustus 1991 met Marion Marinus.
Huwelijk van André en zijn echtgenote Rikie, 1947. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Werk en huishouden

André met zijn vrouw Rikie en zoontje Jan, 1951. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Hij bleef nog een tijdje als sergeant in dienst bij de Landmacht, maar na een aantal jaar pakte hij zijn werk als molensteller en machinesteller in de textielfabriek weer op. In 1950 werd hun eerste zoon geboren, Jantje, vernoemd naar zijn heldhaftige opa. Vier jaar later kwam dochter Gonny, vernoemd naar oma Frieda van moederskant. In 1966, twaalf jaar later dus, kwam, zoals ze het zelf noemen, ‘hun cadeautje’, zoontje André Jr., vernoemd naar zijn vader. Nu was het gezin compleet.

André aan het werk in de textielfabriek Mommers & Co, 1956. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

In de jaren na de oorlog zorgde André’s vrouw Rikie voor het huishouden en hij vergaarde de inkomsten en zorgde voor brood op de plank. Helaas werd hij op zijn vijftigste al afgekeurd, wat ook te merken was aan de rugklachten die hij had. Zo moesten zoon en echtgenote hem ’s ochtends van de trap tillen en hem op de motor of fiets zetten, zodat hij naar het werk kon. Dat betekende dus een vroeg pensioen. Zoontje André groeide met zijn vader en moeder op en samen hebben ze veel dingen ondernomen. Zoon Jan en dochter Gonny waren inmiddels aan hun eigen leven begonnen en wisten zelf hun geld al te verdienen.


Sport

André met gezin en familie na de doop van zoon André Jr, 1966. Bron: dhr. A.F.A.M. van Lieshout.
André met gezin en familie na de doop van zoon André Jr, 1966. Bron: dhr. A.F.A.M. van Lieshout.

André was een fervent sporter. In zijn leven beoefende hij verschillende sporten, maar zijn passie lag bij atletiek. Hij was een goede hardloper en sprinter, met een prima conditie. Op 54-jarige leeftijd liep hij bij de coopertest 2800 meter. Bij atletiekvereniging Attila in Tilburg was hij best bekend om zijn prestaties en betrokkenheid bij de club. André was een graag gezien lid van de vereniging.

André bij een hardloopwedstrijd in het Willem II-stadion, 1979. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.
André bij een hardloopwedstrijd in het Willem II-stadion, 1979. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Buiten atletiek deed André ook aan wielrennen en liep hij mee met hardloopwedstrijden en conditietests. Daarnaast speelde André ook nog handbal, een wat minder bekende sport toen, maar ook nu. Met de handbalvereniging is hij onder andere in Parijs geweest voor een wedstrijd, zijn vrouw Rikie mocht ook mee, wat nog gezellige uurtjes heeft opgeleverd.


Ouderdom

André met echtgenote Rikie Snoeren, 1991. Bron: dhr. A.J. van Lieshout.

Naarmate André steeds ouder werd, kreeg hij meer vrije tijd. Inmiddels was hij met pensioen en ook de jongste zoon André was het huis uit in 1991. Hij en zijn vrouw Rikie hadden nu de tijd om hun eigen leven weer tot bloei te brengen. Dit deden ze door busreizen te maken naar Engeland, Duitsland en Italië, maar ook door te gaan zwemmen, het dansen van vroeger weer op te pakken en te gaan carnavallen.

Ook buiten de dingen die ze met zijn tweeën deden, hadden ze dingen waar ze veel plezier aan beleefden, bijvoorbeeld hun vier kleinkinderen: Andrea, Zèna, Indie en Bailey. Tussen de oudste twee en de jongste twee kleinkinderen zit een flink leeftijdsverschil, dus de focus kwam na de jaren ’90 meer op de jongste kleinkinderen te liggen. Andrea en Zèna waren aan hun eigen leven begonnen. Met de jongste kleinkinderen gingen ze naar de Efteling, de camping in Renesse bij de ouders van hun schoondochter Marion, maar ook bijvoorbeeld naar het Westerpark na de viskraam aan de Westermarkt te hebben bezocht.

In 2011 overleed André’s vrouw Rikie en zo kwam hij er alleen voor te staan. Hij bleef nog een tijdje zelfstandig thuis wonen, maar al gauw werd duidelijk dat hij leed aan dementie. Zijn steun en toeverlaat was hij kwijt, waarmee hij ook het tijdsbesef en andere belangrijke dingen begon kwijt te raken. Rond 2013 ging hij naar verzorgingstehuis De Zonnehof aan de Bredaseweg en later verhuisde hij naar de locatie aan de Professor Gimbrèrelaan. Wat betreft aandacht en liefde mag het hem aan niets ontbreken, want zijn dochter Gonny komt regelmatig bij hem op bezoek en ook aan aangetrouwde familie en vrienden komt hij niets te kort.


Voorouders

André van Lieshout
Overgrootouders Nol van Lieshout (1831-1892)
x. 1859
Jana van de Put (1834-1908)
Janus Kennekens (1832-1882)
x. 1859
Sien van Spaendonk (1835-1918)
Pieter Torremans (1828-1892)
x. 1857
Anna van de Pas (1831-1896)
Cornelis van Raak (1822-1900)
x. 1853
Maria Antonia van Gog (1825-1913)
Grootouders Harrie van Lieshout (1863-1932)
x. 1884
Sjaan Kennekens (1863-1905)
Frans Torremans (1860-1936)
x. 1884
Drika van Raak (1861-1940)
Ouders Jan van Lieshout (1894-1944)
x. 1920
Tonia Torremans (1890-1970)
André van Lieshout (1925-2017)