Willem is vermoord…

…of toch een gevalletje doodslag? Mijn voorouder Willem Janssen van Lieshout werd geboren rond 1648 in Son, waarschijnlijk in de wijk Bokt die nu in Eindhoven ligt, als zoon van Jan Willems van Lieshout en Jenneken Aerts. Voor zover bekend is hij het grootste deel van zijn leven, of in ieder geval in zijn jonge jaren, altijd landbouwer geweest, een beroep dat vrijwel iedereen in zijn familie deed.

Later is hij gaan werken als herbergier en dus tegelijk ook als bierbrouwer en tapper, die functies hoorden er in die tijd waarschijnlijk bij, nevenfuncties. Als herbergier zal je wel vaker meemaken dat je klanten niet altijd even gezellig zijn en dat er ook gespuis tussen zit. Zo komen ruzies en vechtpartijen regelmatig voor, mede omdat de alcohol een grote rol speelt in het gedrag van de klanten.

In oktober 1683 was er dus weer eens onenigheid in de herberg van Willem en dit zou tevens zijn laatste ruzie zijn die hij zou meemaken. Willem was op dat moment getrouwd en had vier jongen kinderen: Maria, Willemijn, Jenneke en zoon Stinus. In de herberg ontstond een conflict tussen twee klanten over de betaling van een pint of een kan bier, waar Willem zich mee bemoeide.

Hij probeerde de twee ruziënde klanten uit elkaar te halen, maar werd door een van de klanten, Cornelis Jan Cornelis (Cleijntjes) tussen zijn korte ribben gestoken, blijkens het rapport van de chirurgijn. Willem’s laatste woorden waren: “Och hoe steekt u mij daar” of “Och hoe steekt mijn Cornelis Cleijntjens daar”, de getuigen verklaarden dus ietwat verschillende dingen te hebben gehoord, maar het getuigenverhoor is ook pas een week of twee na de gebeurtenis gedaan, dus die herinneringen zijn vast ook lichtelijk vervaagd.

Na alle getuigenverhoren zou er een uitspraak plaatsvinden op basis van de feiten die naar boven zijn gekomen uit de verhoren en uit het onderzoeksrapport van de chirurgijn. De aanklacht die wordt gedaan is gekeerd tegen Cornelis Jan Cornelis (Cleijntjes) en de aanklacht houdt doodslag in, waarschijnlijk was de daad van de heer Cleijntjes ook niet geheel met opzet, maar het is toch ietwat vaag. Hieronder het hele dossier:

Inhoud
November 1683.

Edelachtbare heren,

Hier nevens gaan de akte van visitatie en voorbereidende informatie die te bekomen zijn geweest, van de doodslag begaan in de persoon van Willem Janssen van Lieshout, weert te Son, door handdadigheid van Cornelis Jan Cleijntjens, mede te Son wonende. En ofwel hij daar over schuilhoudt en voortvluchtig is, zal niettemin alle … aanwenden om hem te bekomen en zo niet, evenwel tegen hem procederen bij edict alles tot verdiende straf naar behoren, ingevolge de wetten en plakkaten van het land, ondertussen God almachtig biddende.

U edelachtbare in langdurig bestuur en administratie van justitie in stand te houden en ik zal mijn handtekening zetten, U edelachtbare als mijn hogere beschouwen en gehoorzamen dienaar, stadhouder van het hoog en laag, schout van de stad en meierij van ’s-Hertogenbosch.

[handtekening]

’s-Hertogenbosch, 28e oktober 1683.

Voor het officie-fiscaal

Kopie

Op heden de 20ste dag van de maand oktober 1683, zo heeft Albert van Riet, deurwaarder in Son en Breugel, in aanwezigheid van onze schepenen onderschreven, alhier getuige gedaan over het dode lichaam van Willem Janssen van Lieshout, herbergier en inwoner alhier, dewelke naar dat hij zo zei alvorens voor ons schepenen verdedigt, van Cornelis Janssen der Weduwe op de 17e van deze maand ’s avonds omtrent tussen de klok van negen en tien uur verraden in zijn eigen huis zijnde en zonder daar kwestie tegen hebbende met een mes aan de linkerzijde onder de korte ribben was gestoken op de 20ste van deze maand ’s morgens tussen vier en vijf uur is gestorven en heeft de deurwaarder bovengenoemd het voorschreven dode lichaam van het hoog-officie in arrest genomen om het zelf niet ter aarde te besteden, tenzij bij nader order van hoogedelgeboren heer de heer Willem van Raesselt tot Cortenbergh, hoog en laag, schout van de stad en meierij van ’s-Hertogenbosch of ook dan stadhouder, aldus gedaan op datum als boven, in het bijzijn van Jan Wouter Vogels en Jan Antonis Kijnts schepenen vanmiddag zo getuig ik en was ondertekend H. van der Lith, secretaris.

Compareerde voor schepenen ondergeschreven de heer Johannes de Haen, doctor in de medicijnen, woonachtig binnen de stad Eindhoven en meneer Casper van de Broeck, chirurgijn, woonachtig te Sint-Oedenrode, dewelke nevens ons schepen ondertekend, op het verzoek oftewel door schriftelijke order van de hoogedelachtbare welgeboren heer de heer Willem van Raesselt, hoog en laag schout van de stad en meierij van ’s-Hertogenbosch, oftewel ook dan stadhouder, op de 22e oktober 1683 hebben gevisiteerd het dode lichaam van Willem Janssen van Lieshout, ten huize van de voorschreven aflijvige en verdedigen zij comparanten hetzelfde bevonden te hebben in de vorm, als volgt te weten een notabile solutie in de van de linkerzijde kort onder de korte ribben neerwaarts gaande door het peritonium met een solutie van de intestinum colon, zodanig dat de excrementen daardoor zullen ontlasten: verder verdedigen zij comparanten bevonden te hebben dat de andere darmen zeer ontstelt waren door de ontsteking van het bloed, hetwelke zichzelf meestendeels binnenwaarts geëxtroviseert had waarover naar Rijpelaers onderzoek en naarstige examinatie zichzelf zo verdedigen de voorschreven comparanten de voorschreven solutie alsvoren in het lang en breed vermeld, oorzake oorzake te zijn van de dood van de voorschreven aflijvige. Redenen van welwetendheid aanhalen, van hetgeen voorschreven staat ook waarachtig te wezen en hetzelf des noot zijnde met ede te verifiëren, in oorkonde van dien, zo hebben zij comparanten deze nevens ondergeschreven schepenen en ik, secretaris, ondertekend, op heden de 22e dag van de maand oktober 1683 en was ondertekend Joannes de Haen, medicijnen doctor, Caspar van de Broeck, chirurgijn te Sint-Oedenrode, Jan Wouter Vogels, schepen, Jan Anthonis, Keijnts, schepen, H. van der Lith, secretaris in Son en Breugel, vanmiddag geaccordeerd met de schuldeisers zo getuig ik en was ondertekend H. van der Lith, secretaris.

Joost Joost Dickers, oud 43 a 44 jaren, vanwege het hoog-officie rechtelijk gedaagd, eed afgelegd en gevraagd, getuigt en verklaart dat op de 18e oktober ’s avonds omtrent 7 a 8 uur hij bevestigend zijnde ten huize van Willem Janssen van Lieshout, tapper en brouwer te Son, alwaar mede present waren Willem Wouter Vogels, Jan Peeters van Nieuwenhuijse en Jan Cornelis en Cornelis Jans, zijn zoon en Peeters, van Eindhoven en dat tussen de voorschreven Cornelis, zoon van Jan Cornelis en de voorschreven Peeters enig conflict ontstond over de betaling van een pint of een kan bier waardoor zij tegen elkaar opvlogen alsof zij wilden vechten en dat de gastheer Willem Janssen van Lieshout tussenbeide kwam om ze uit elkaar te houden en dat onmiddellijk daarop de voorschreven gastheer zei: “hoe steekt mijn Cornelis Cleijntens daar”, zijnde de zoon van Jan Cornelis, welke zoon van Jan Cornelis ook uit het gezelschap binnen zeer korte tijd was teruggetrokken zonder hem sindsdien meer gezien te hebben, ziende ook dat de voorschreven Willem Janssen van Lieshout zijn jas opentrok en toonde de steek in zijn buik die hij van de voorschreven Cornelis ontvangen had en dat hij bloedde, zonder dat hij echter de steek heeft zien geven, ook hetzelfde in een donkere van de keuken geschiedde, zegt meerder of anders niet te weten. En houdt vol na de lezing en tekent, in het bijzijn van … , akte de 22e oktober 1683 en was ondertekend Joost Joost Dickers, A. V. Blootenburghs.

Willem Wouter Vogels, oud omtrent 51 jaar, gedaagd, eed afgelegd en gevraagd als voor, verklaart op de voorschreven tijd wel in het voorschreven huis te zijn geweest, maar omtrent een kwartier uurs wederom uit het huis te zijn gegaan en doen buitens huis te hebben horen zeggen dat Willem Janssen van Lieshout gekwetst was, zegt anders van de zaak meerder niets te weten. En houdt vol na de lezing en tekent in het bijzijn van … , akte … en was ondertekend met dusdanig handmerk waarbij stond geschreven “dit is het handmerk van Willem Wouter Vogel, verklaart niet te kunnen schrijven” A. V. Blootenburghs.

Jan Peeters van Nieuwenhuijse oud omtrent 30 jaar, officie wegens rechte, gedaagd en eed afgelegd als voor, verklaart op de voorschreven tijd mede in het gezelschap en ten huize van Willem Janssen van Lieshout geweest te zijn, alwaar conflict ontstond tussen Peeters van Eindhoven en Cornelis Jan Cornelis over de betaling van een pint of kan bier en dat zij daardoor tegen elkaar opvlogen alsof ze wilden vechten en dat Willem Janssen van Lieshout, de gastheer, daarom tussenbeide kwam om uit elkaar te houden en dat de gastheer daarop onmiddellijk zei “och hoe steekt u mij daar” en dat Cornelis Jan Cornelis aanstonds uit het huis en gezelschap was vertrokken en dat Peeters daar nog verbleef toen hij bevestigend naar huis toe ging, zonder dat hij bevestigend echter de steek heeft zien geven, ook hetzelfde in een donkere hoek geschiedde, verklaart anders van de zaak meerder niets te weten. En houdt vol na de lezing en tekent, in het bijzijn van en datum zoals hiervoor en was ondertekend Jan Peeters van Nieuwenhuijse, A. V. Blootenburghs.

[Handtekening] secretaris van het hoog-officie

Cornelis Jan Cleijntjes heeft op de 17e oktober 1683 met een mes op … wijze de persoon van Willem Janssen van Lieshout, gastheer te Son, zodanig gekwetst dat hij op een zodaar aanvolgende dag is gestorven te Son, hiervan notificatie de 17e oktober 1683.

17 oktober 1683

No. 171

Met dank aan Gust Cambré, wonende te Heusden-Zolder, voor zijn transcriptiewerk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *