De criminelen van Snoeren

Voordat ik uitgebreid onderzoek had gedaan naar de familie Snoeren dacht ik dat het een doorsnee familie was die redelijk kon rondkomen en uit een normaal milieu kwam, doch de helft is niet waar. Integendeel, het milieu was wel redelijk, maar rondkomen ging moeizaam en de familie woonde in krotwoningen en moest rondkomen van een sobere som geld.

Mijn voorouders zijn dan misschien wel de ‘brave Hendrikjes’ van de familie Snoeren, hun verwanten, zoals broers, ooms en neven zijn echter wel crimineel, de een nog erger dan de ander. Het varieert van diefstal tot ernstige mishandeling waarop de dood volgt, genoemd doodslag. In dit verhaal leg ik de focus op de criminelen van de familie Snoeren. Allereerst een opsomming van de criminelen in de familie vanuit het perspectief van mijn overgrootvader Jos (Adrianus Cornelis) Snoeren (1900-1972):

  • Henricus Antonius Snoeren (1865-1928), oom van Jos Snoeren
  • Henricus Josephus Snoeren (1873-1954), oom van Jos Snoeren
  • Jacobus Snoeren (1875-1928), oom van Jos Snoeren
  • Antonius Josephus Snoeren (1885-1919), broer van Jos Snoeren
  • Antonius Johannes Henricus Snoeren (1893-1959), neef van Jos Snoeren
  • Joannes Antonius Jacobus Snoeren (1899-1959), neef van Jos Snoeren

 

De moeder en grootmoeder van de criminelen: Antonet Rotti.

Deze familieleden van mijn overgrootvader zijn allemaal nakomelingen van Antonie Snoeren en Antonet Rotti. Antonie werkte als stoker en dagloner voor zijn gezin, ze konden waarschijnlijk al niet goed rondkomen en vader overleed op 48-jarige leeftijd, dus moeder Antonet moest op zoek naar een nieuwe echtgenoot, die ze vond in Antonie Schaapsmeerders. De oudste zoon was bij het overlijden van vader slechts veertien, dus geen van allen oud genoeg om op zichzelf te gaan wonen, een slecht begin om een bestaan op te bouwen.

Oom Jacobus was een veelpleger binnen de familie. In 1894 werd hij opgepakt wegens ‘wederspannigheid gepleegd door twee personen met vereenigde krachten, eenig lichamelijk letsel tengevolge hebbende’, later, in 1913, voor diefstal. In 1919 voor stroperij, in 1920 voor mishandeling en in 1922 voor verduistering. Geen brave jongen, hij begon dus al op zijn negentiende met wangedrag.

Jos’ broer Antonie was ook niet zo braaf, zo zou hij op zijn zevenentwintigste wederspannigheid hebben gepleegd met meerdere personen. In 1918, het jaar voor zijn overlijden waarvan de reden tot nog toe onbekend is gebleven, pleegde hij diefstal met meerdere personen, straf: een maand in de gevangenis doorbrengen. Ondertussen werkte Antonie als los arbeider en als sjouwerman, maar hij heeft waarschijnlijk ook als soldaat in Nederlands-Indië gediend, hij bevond zich op 5 oktober 1910 in Batavia, wat nu Jakarta in Indonesië is.

Oom Henricus Antonius, een veelpleger.

Henricus Antonius was een van de drie die de meeste misdaden beging uit zijn familie. Het varieert van diefstal tot zelfs letsel. Het begon op 16-jarige leeftijd met verbreking van een afsluiting, daarna volgde in 1884, twee jaar later, frauduleuse invoer, wat zes dagen zitten betekende. Toen bleef het zo’n vijftien jaar stil, maar in 1898 begon het weer, diefstal, in 1901 en in 1911 nogmaals. Ook pleegde hij wederspannigheid met letsel als gevolg. Henricus deed verder maar simpele arbeid: hij werkte als arbeider en dagloner.

Dan hebben we nog de andere oom, Henricus Josephus. Hij pleegde in 1894 ‘wederspannigheid gepleegd door twee personen met vereenigde krachten, eenig lichamelijk letsel tengevolge hebbende’. De andere persoon was uitgerekend zijn broer Jacobus! Wat moet mijn overgrootvader wel niet gedacht hebben? Dat zijn twee ooms vroeger op de criminele toer gingen? Henricus Josephus was in het dagelijks leven brandstoffenhandelaar en los werkman.

Ook neef Joannes Antonius Jacobus, zoon van oom Jacobus heeft iets op zijn kerfstok: verduistering. Maar dit is slechts één enkel feit dat hij heeft begaan. De andere neef, Antonius Johannes Henricus, zoon van oom Henricus Antonius, heeft een véél uitgebreider strafblad. Wederspannigheid, poging tot verboden uitvoer, diefstal, mishandeling, mishandeling met de dood tot gevolg, deze man wilde je niet bij je in de buurt hebben. Verder was deze Antonius maar liefst drie keer getrouwd, aan wie zal het hebben gelegen? Voor de mishandeling die hij in 1912 pleegde waarop de dood van G. v. d. Put volgde, werd twee jaar gevangenisstraf geëist. Dit werd uiteindelijk slechts één jaar.

Zo zie je maar dat criminaliteit op de eerste plaats zijn oorsprong heeft in het milieu waaruit de personen komen, hier een arm milieu met een ongelukkige gebeurtenis en op de tweede plaats zie je dat het erfelijk is, of eerder overdraagbaar, twee ooms, met twee criminele kinderen, de een erger dan de ander.

2 gedachten over “De criminelen van Snoeren

  1. Indy. Ja wij zijn allemaal mensen. En hebben soms ook zwakte. En van die fouten leren wij. Dat de nakomelingen niet de zelfde fouten maken. Als onze voorouders. Want wie is zuiver????

    1. Dat is inderdaad zo! Gelukkig ken ik geen criminelen in de familie, ik hoorde van tante Gonny dat dit ook helemaal nieuw voor haar was, kwam echt als een verrassing. Zoals ik oma Rikie ken, zou er nooit gestolen worden, niet door haar, maar ook niet door haar kinderen en kleinkinderen.

Reageren is niet mogelijk.