Als ik groter ben word ik…

Op 31 mei 1869 werd in het Kempense Weelde een jongeman geboren die zich later in het bakkersberoep zou storten. Dat was mijn betovergrootvader Jan Marinus, die als Joannes Baptista door zijn vader Bart en zijn moeder Johanna gedoopt zou laten worden. Jan groeide op in België, vlak bij de grens met Nederland, met zijn broertje Sjef en zijn zusje Maria, die vroegtijdig hun vader zouden verliezen. Toen Jan acht jaar oud was overleed vader Bart en vier jaar later dacht moeder Houtappels dat het wel eens tijd was voor een vader voor haar kinderen. Ze trouwde met Frans Haneveer, die bij de spoorwegen werkte, een ander beroep dan Jan’s vader Bart, die dagloner en handwerker was.

Wachtpost 20 tegenwoordig. Bron: Panoramio.
Wachtpost 20 tegenwoordig. Bron: Panoramio.

Frans had zelf ook een aantal kinderen uit meerdere huwelijken, niet enkel zijn eigen kinderen. Het gezin woonde in een spoorwachtershuisje in de wijk Schaluinen in het grensdorp Baarle-Nassau. Treinen waren van alle dag en Frans’ kinderen namen de interesse over, de Marinus-kinderen echter niet. Broer Sjef besloot tot het beroep van dagloner, maar Jan daarentegen wilde het hogerop zoeken. Hij, met zijn instabiele verleden, koos voor een toekomst in de bakkerswereld.

Jan's echtgenote Nel. Bron: Jo Kimenai-Marinus.
Jan’s echtgenote Nel. Bron: Jo Kimenai-Marinus.

Voordat hij kon beginnen, moest hij eerst dienen in het Belgische leger, waarvoor hij tweemaal naar Antwerpen moest. Ook trouwde hij nog met zijn lieve Nel Geerts, uit Chaam kwam ze. Ze trouwden aan de Belgische zijde van Baarle: Baarle-Hertog, waar het huwelijk op 16 juni 1893 plaatsvond, de familie was Rooms-Katholiek, maar toch staat er in een van Jan’s huwelijksbijlagen dat hij een gereformeerd milicien, ofwel dienstplichtig soldaat was, vreemd.

Rond de jaren 1890 was Jan al in de leer gegaan voor het bakkersvak, dit deed hij bij Karel van Tichelt. Karel was vier jaar ouder dan mijn betovergrootvader en was een echte bakker. Helaas kon hij waarschijnlijk geen kinderen krijgen. Jan was in die tijd werkzaam als bakkersknecht en bakkersgast en leerde zo het vak van bakker.

In 1895 begon Jan met zijn eigen zaak, die hij vestigde aan de Bolberg nummer 8 in Gilze. Hij deed wat hij het liefste deed: bezig zijn met zijn deegwaren en zijn oven, helaas mocht het niet lang duren, want in 1912 overleed hij toen hij van plan was het gras te maaien. Hij had zijn zeis op zijn rug en fietste een stuk, totdat hij uitgleed, van zijn fiets viel en bovenop zijn zeis terechtkwam. Drie dagen zou hij nog geleefd hebben.

Bart met zijn gezin. Bron: Marion van Lieshout-Marinus.
Bart met zijn gezin. Bron: Marion van Lieshout-Marinus.

Er bleven acht jonge kinderen achter, vier meisjes en vier jongens. Deze vier meisjes, die later dames zouden zijn, werden natuurlijk huisvrouw, dat was gewenst in die tijd. De jongens echter zouden allemaal een ander beroep kiezen. De oudste van het gezin was d’n Bart, die trouwde met Lies Laurijssen. Bart koos ervoor om zwaar werk te gaan doen en ging werken als arbeider, in de steenfabriek in Gilze. Dat was stevig aanpoten om de dag door te komen, maar geld was nodig voor zijn grote gezin van negen kinderen.

Portret van mijn overgrootvader Sjef. Bron: Jo Kimenai-Marinus.
Portret van mijn overgrootvader Sjef. Bron: Jo Kimenai-Marinus.

Dan had je mijn overgrootvader, Sjefke, ook wel eens Jef genoemd. Die begon eerst met het aanbieden van diensten als dienstbode in Alphen en Riel. Hij werkte daar als dienstknecht, dat heeft zijn broer Bart overigens ook gedaan. In 1924 trouwde hij met Mieke Laurijssen, zij was de zuster van Lies, die trouwde met Sjef’s broer Bart. Later ging onze Sjef in Gilze, of in Tilburg als voerman werken. In ieder geval verhuisde hij met zijn vrouw en drie kinderen naar Tilburg, omdat hij daar meer werk kon vinden, in het noorden van de stad. Het gezin vestigde zich aan het Lijnsheike.

Charel met zijn transportwagen. Bron: Heemkring Molenheide.
Charel met zijn transportwagen. Bron: Heemkring Molenheide.

De derde zoon van het gezin was ome Charel, die begon net als mijn overgrootvader als voerman, maar wist zich goed op te werken in het dorp. Hij trouwde in 1932 met Dela Hermes, zij kwam uit Sambeek, ver van Gilze vandaan. Samen zouden ze een bedrijf opzetten wat uiteindelijk een groot familiebedrijf zou worden. Ook zijn bedrijf was gevestigd aan de Bolberg, een paar panden verderop. Het bedrijf werd een heus transportbedrijf en zijn zonen en dochters zouden mee gaan helpen en hem opvolgen. Uiteindelijk is het familiebedrijf overgenomen, maar wel voor een mooie som geld.

Janoom Marinus met zijn gezin. Bron: Jo Kimenai-Marinus.
Janoom Marinus met zijn gezin. Bron: Jo Kimenai-Marinus.

D’n jongste van ’t stel was onzen Jan, die begon als arbeider en trouwde met Dela’s zuster Han, ook in 1932. Jan deed hetzelfde werk als zijn grote broer Bart, werken in de steenfabriek in Gilze. Ook hij moest zware arbeider verrichten. Op een bepaald moment in zijn leven besloot hij het beu te zijn, hij had ook ’t land aan Nederland en verkoos het daarom ook voor Canada. Geheel onbekend, maar het zou hem wel kansen kunnen bieden.

Tot zo ver het verhaal van een familie, totaal niet vastgeknoopt aan een enkel beroep, maar zeker verbonden aan gebeurtenissen in de maatschappij en privé die hun keuzes beïnvloed hebben. De familie zal nog generaties voort blijven bestaan, niet alleen in Nederland en België, maar ook in Canada, waar zich een grote familie heeft ontwikkeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *